Antithese
De antithese is vanouds de tegenstelling tussen christelijke en niet-christelijke partijen. In de laatste decennia van de negentiende eeuw en de eerste decennia van de twintigste eeuw werd de politieke strijd in Nederland vooral beheerst door de tegenstelling tussen de liberalen enerzijds en de confessionelen anderzijds. De liberalen en later ook de sociaal-democraten wilden het geloof buiten de politiek houden, terwijl de confessionelen (met name de antirevolutionairen) vonden dat geloof en politiek juist met elkaar verbonden moesten worden. Voor de antirevolutionairen was God de bron van het soevereine gezag, voor de liberalen en de sociaal-democraten was dat het volk (volkssoevereiniteit). Inhoudelijke en culturele verschillen kwamen in de praktische politiek tot uitdrukking. Een voorbeeld hiervan was de zogeheten schoolstrijd, die ging om de financiële gelijkstelling van het openbaar en het bijzonder onderwijs.