Doorbraakpartij (PvdA)
Term waarmee het streven na de Tweede Wereldoorlog (1939-1945) wordt aangeduid om de bestaande scheidslijn tussen religieuze en niet-religieuze partijen te doorbreken. Onder invloed van de economische crisis van de jaren dertig en de ervaringen van de oorlog was met name in sociaal-democratische kring de behoefte ontstaan om het sterk verdeelde Nederlandse politieke landschap te vernieuwen. Men wilde een brede progressieve volkspartij oprichten die zowel christenen als niet-christenen zou omvatten. De doorbraak mislukte echter: de nieuwe partij (PvdA) trok toch met name sociaal-democraten aan, terwijl de verschillende confessionele partijen gewoon bleven bestaan. Nederland bleef bovenal gekenmerkt door de verzuiling, dat wil zeggen door confessionele en sociaal-economische scheidslijnen in politiek en samenleving. Daaraan kwam in de loop van de jaren zestig langzaam maar zeker een einde.