Gemeente
De overheid bestaat in Nederland op drie niveaus: het Rijk, de provincie en de gemeente. Een gemeente is een zelfstandige bestuurseenheid op lokaal niveau. Dat is al zo sinds de Gemeentewet van 1851. Een gemeente krijgt meer dan 80 procent van haar inkomsten van het Rijk. Het bedrag is vooral afhankelijk van het aantal inwoners en de oppervlakte van een gemeente. Gemeenten mogen in heel beperkte mate ook zelf belastingen heffen (zoals de onroerendezaakbelasting). Zowel de begroting als de jaarrekening van een gemeente moet worden goedgekeurd door het college van Gedeputeerde Staten van de provincie. De gemeente heeft een groot aantal taken te verrichten, onder meer op de terreinen van ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer, sociale zaken, onderwijs, milieu, openbare orde, welzijn en cultuur. Om de bestuurskracht van gemeenten te vergroten, is in de afgelopen decennia een groot aantal kleine gemeenten samengevoegd in het kader van het proces van gemeentelijke herindelingen. Per 1 januari 2007 telde Nederland 443 gemeenten. Per 1 januari 2009 waren dat er 441 en per 1 januari 2010 waren het er 431. Oorzaak van deze laatste afname zijn vijf gemeentelijke herindelingen, waarbij vijftien gemeenten in Groningen, Limburg en Zuid-Holland waren betrokken.